Griekenland

Griekenland

Griekenland (Grieks: Ελλάδα = EllŠda) is een land in Zuid Ė Europa. Griekenland behoort tot de Balkanlanden en bestaat uit een groot aantal eilanden (ongeveer 20% van het oppervlak) en een vast deel aan Europa. De buurlanden van Griekenland zijn Albanie, MacedoniŽ, Bulgarije en Turkije. De rest word omringt door drie zeeŽn: de Middelandse, de Ionische en de EgeÔsche zee. Ten zuiden van Griekenland aan de andere kant van de Middelandse zee ligt het continent Afrika. De grootste eilanden van Griekenland zijn Kreta, Evia, Lesbos en Rodos. De kustlijn van dit Zuid-Europese land is bijzonder lang: 14.880 kilometer, hier mee is het het land met de langste kustlijn in Europa. De hoogste berg in Griekenland is de Olympus. De top van de berg is 2917 meter.

Griekenland behoort sinds 1981 tot de Europese Unie. Tot 2002 was de Griekse munt de Drachme. In 2002 is de euro ingevoerd en sindsdien is de Grieks munt de euro. Het merendeel van de bevolking (98%) is Orthodox verder zijn er nog een heleboel andere religies in Griekenland.

Klimaat

Een mediterrane klimaat is aan de kuststreken te vinden. Dit houd in dat de zomers vaak droog en warm zijn en dat de winter het zachts is en veel neerslag kent. Omdat er vaak een wind staat die uit het westen komt en de neerslag mee neemt is het niet verrassend dat er in het westen meer neerslag valt dan in het oosten. Het Pindosgebergt wat in het Noordwesten ligt heeft een neerslag van 1800 mm per jaar terwijl Athene maar 400 mm neerslag per jaar heeft.

Voor gebieden rond MacedoniŽ en ThessaliŽ in het binnenland speelt de invloed van het vaste land een rol in de hoeveelheid neerslag en de temperatuur. Dit gebied heeft een lagere temperatuur en de neerslag is meer verspreidt over het jaar. De neerslag die valt in de vorm van sneeuw komt alleen voor op bergtoppen die hoger liggen dan 1000 meter. Zelfs de hoofdstad Athene kent ongeveer zes sneeuwdagen per jaar. Voor zonaanbidders is Griekenland gunstig, het heeft het warmste klimaat van alle Zuid-Europese landen met 300 zonnedagen per jaar. In augustus kan oplopen de temperatuur oplopen tot 40 graden in combinatie met luchtvervuiling in de steden is dat minder aangenaam. Over het algemeen zijn januari en februari de koudste maanden, juli en augustus de droogste, november en december de natste.

Flora

De Griekse flora omvat ten minste 6000 soorten, waarvan er ongeveer 800 alleen uniek voor Griekenland. Griekenland is ooit een zeer bosrijk land geweest. hier is maar een klein deel van over als gevolg van de ontbossing, roofbouw en begrazing door herkauwers. Het gevolg hiervan is dat er op grote schaal erosie optrad waardoor er een dunne laag grond ontstond waardoor de groei van bomen niet meer mogelijk is. De regering probeert de bestaande bossen instant te houden door ze te steunen en nieuwe bossen aan te planten. In het Pindosgebergte staat nog het meeste bos. Dit bos bestaat voornamelijk uit Griekse zilversparren en Corsicaanse dennen. De altijdgroene steeneiken, kastanjebomen, aleppodennen, pijnbomen en haagbeuken komen vooral voor onder de grens van 1200 meter. Aan de oevers van de rivieren staan plantanen en populieren. De wingerd en de olijfboom groeit onder de 500 meter grens. Hier tussendoor groeit maquis, dit is een dicht struikgewas dat een hoogte kan bereiken van twee tot zes meter. In heuvelachtige gebieden komen onder andere de aardbeibomen, buksbomen, cipressen, johannesbroodbomen, laurieren, mirte en zwarte pijnboom voor. In het voorjaar geeft de brem de hellingen een geelachtige kleur. Het maquis verandert, op de droge kalksteenhellingen en de eilanden, in garrigue. Dit is een warboel stekelige struiken en geurige kruiden als tijm en lavendel. Op de Noord-Griekse hellingen groeit de kermeseik, beuk en jeneverbes, ondanks de geringe neerslag. Een van de opvallendste bomen in het landschap is de olijfboom. Deze boom levert als zins mensenheugenis voedsel voor mens en dier. Het eiland Korfoe bestaat voor 30% uit olijfbomen. Griekenland kent een hoop inheemse planten, 1 op de 8, er zijn planten die maar op een eiland, een streek op zelfs maar op een berg voorkomen. De anemonen, chrysanten, irissen, narcissen, krokussen en hyacinthen zijn allen maar in het voorjaar te bezichtigen. Margrieten en papavers zijn ook nog wat later in het jaar te vinden. Veel voorkomende kruiden zijn tijm, basilicum, rozemarijn, lavendel, salie, mint en oregano

Fauna

Er leven in dit land weinig grote zoogdieren, doordat er weinig grote bossen zijn. Het edelhert is bijna uitgestorven in Griekenland. ree, gems, wilde geiten en wilde zwijnen komen nog wel voor. De wolf is te vinden in het noordwesten. de dieren die nog wel in grotere getale in het wild in Griekenland leven zijn de jakhals, de wilde kat, steenmarter, otter, das, wezel en de monniksrob. Van de knaagdieren zijn de konijnen in de minderheid, deze komen haast niet meer voor. Hazen zijn nog genoeg te ontdekken. In het noorden op het vaste land komt leeft nog de siesel, dit is een soort eekhoorn. Doordat dit land op de migratieroute voor vogels ligt komen er veel soorten voor, ongeveer 400. Verschillende soorten arenden, de gier en kleinere roofvogels komen in de bergen voor. In het woud ten noorden van de Evros-delta bij de Turkse grens leven maarliefst 36 van de 39 in Europa voorkomende roofvogels. Enkele van deze vogels zijn de vale gier, aasgier, balkansperwer en de monniksgier. De meer algemeen voorkomende vogels zijn onder andere de uilen, oehoe, ijsvogels, wielewaal. Veel verschillende watervogels leven in de rivierdeltaís, enkele voorbeelden hiervan zijn aalscholvers, ibissen, lepelaars, tureluurs, ooievaars en flamingoís. Landschildpadden bewonen ook het Griekse vasteland. Griekenland kent ook een amfibieŽn waaronder de gekko en de kameleon. De insecten en kevers die hier wonen zijn vooral schorpioenen en duizendpoten aangevuld met spinnen waaronder een giftige. De waterdieren die in zee leven zijn de zwaardvis, makreel, tonijn, sardine, haaien, kreeften, inktvissen, schelpdieren en sponzen. Karpers, alen en zoetwaterkreeften bewonen de meren en bergstromen. Katten, honden, schapen en geiten zijn op het platteland geliefde huisdieren. De schapen en geiten helpen de bevolking te overleven door melk te geven waar ze weer kaas, wol en melk van gemaakt kan worden. Als transportmiddel worden er nog paarden, muilezels en ezels ingezet in de moeilijk begaanbare gebieden.

Er zijn drie nationale parken die in totaal ca. 52.000 ha groot zijn en op enkele eilanden liggen natuurreservaten.

Page last modified on 16-04-2006 om 12:51
 

Start Grýla

Griekenland

Site Aanmelden

Email


Index
Disclaimer