Verhaal

Onze eerste week in Chili en daarmee onze woestijnweek zit er al weer bijna op. Zowel gisteren als vandaag zijn we de hoogte ingegaan: 4000 en meer meter hoog. God, wat word je daar sloom (hoezo gebrek aan zuurstof)! Maar het landschap is absoluut schitterend. Na de zandduinen en grillige vormen die wij bij zonsondergang hebben gezien, zijn we gisteren door de Atacama woestijn gereden. Eerst nog de resten van de oase van San Pedro, dwz je ziet bomen en andere vegatatie; mens en dier kunnen hier dus leven. Ook hier de eerste lama gezien.Vervolgens verandert het landschap in allerlei grijs en bruintinten om tenslotte te eindigen in een zoutmeer. Ongelooflijk, wat een stilte hier, terwijl we niet de enige mensen zijn. Je loopt een stukje, je ziet de zoutkristallen, je ruikt een mengsel van zee en varkensstront en je hoort niets!! Voor de zekerheid heb ik mijn ogen dichtgedaan, het is echt waar, hier is het zo vlak en zo leeg dat je inderdaad niets hoort. Vervolgens kijk je weer en zie je in het meer, want dat is het nog steeds, flamingos. Bizar zou je het kunnen noemen en zeker indrukwekkend, maar dat woord geldt voor dit hele gebied. Na het zoutmeer zijn we gaan stijgen, wederom verandert het landschap in bruin en grijstinten. Het blijft leeg en ik besef dat dit aarde in al haar puurheid is: rotsen, bergen, kloven die ooit zijn uitgesleten door water en wind. Op 3500 meter is er zowaar weer vegetatie: groene struiken vermengd met gele graspollen. Dit is dus de Andes, de besneeuwde bergtoppen zijn we dichterbij gekomen. Vandaag zijn we naar het noorden van San Pedro gegaan: midden in de nacht opstaan om in een minibus te stappen en vervolgens 2,5 uur in het donker te rijden om tenslotte weer op 4 km hoogte uit te komen en daar de geisers te bewonderen. Het is de moeite waard: ook al is het ijskoud en bibber je je lijf uit, maar even je handen boven een geiser of in een stroom water en het gaat al weer beter. Ondertussen zien we steeds beter waar we zijn: de contouren worden besneeuwde bergtoppen, groen-gele hellingen en een heleboel stoomwolken om ons heen. Wederom heb ik het gevoel dat dit dus de aarde is en dat daar binnenin een heleboel gebeurt waarvan wij slechts een beetje zien. na het ontbijt (gekookte eieren in de poel) nog een rondje gereden en zowaar op dit veld zien we zowel een flamingo als een lama. Die had ik hier zeker niet verwacht, maar de gids vertelt ons dat er vier soorte lama's zijn, het beest wat wij kennen is degene met de meeste wol en kan ook prima als huisdier dienen. Het dier wat wij zagen en waarvan wij later nog veel meer zien is de zogenaamde vicuna, tot zo'n dertig jaar geleden onbeschermd en dus bijna uitgeroeid vanwege zijn prachtige wol. Dit beest leeft vanaf 3500 meter....oh,( zal zeker geen last hebben van hoogteziekete:)). De terugreis is absoluut een kado voor het afzien van de heenweg: nu zien we pas hoe mooi het hier is. Ik zal in herhalingen vallen als ik het zou beschrijven, maar geloof me, het is en blijft indrukwekkend.

Inmiddels zijn we in Patagonie, met gerust hart het einde van de wereld te noemen. Het waait hier volgens mij altijd, de bomen groeien er scheef door. De wind blaast over het smalle laatste deel van Amerika en heeft alle ruimte om weer naar de andere oceaan te gaan. Geweldig om te zien, met name toen we van Punta Arenas (daar waar het vliegtuig uit Santiago aankwam) naar Puerto Natales reden(daar waar we een nacht hebben geslapen, een kleine plaat maar groot als je het in perspectief plaatst). Een rit van 250 kilometer, alsof je van Rotterdam naar Groningen rijdt over de weg naar Lauwersoog, oftewel, een lege ruimte met struikjes, bomen, water, konijnen. En om te beseffen dat je niet in Noord Groningen bent maar in Patagonie, zien we pinguins, emoes achter een hek, eindeloos hoeveelheden schapen en koeien en boederijen die hier aangeduid worden met Estancia. Onbewust blijf je vergelijken, want hoe desolaat het noorden van Chili was, zo begroeid is het hier, ook al beweren mensen dat het hier ook kaal is. Ik zou het niet kaal willen noemen. Er leeft hier tenminste van alles. Het nationaal park Torres del Paine hebben we vandaag bereikt. In de regen, maar ook dat hoort erbij. Het weer is erg wisselvallig: regen en zon, zodat je opeens prachtige vergezichten hebt op ruige bergen. De wind is er wel altijd, net als de kou. Ik ben erg blij met mijn lagen kleding en mijn muts, sjaal en handschoenen! Werkte prima voor onze eerste wandeling vandaag. Lamas gezien, ganzen, soort buizerds en koeien en paarden. Onderweg trouwens nog een gaucho gezien: de man op zijn paard die met behulp van honden de koeien naar een ander weiland brengt. Dat was mijn beeld van Argentinie: de enorme ruimte met gaucohs; maar hier in chili heb je dat natuurlijk ook. (Argentinie is niet zo ver hier vandaan...)

Paarden hebben we ook veel in die andere uithoek gezien: Paaseiland. Hier lopen ze overal, los, dus ook in het dorp. Bijzonder, maar dat zijn wel meer dingen op dit eiland. Niemand die weet waarom de beelden gemaakt zijn, hoe ze precies gemaakt zijn, hoe ze vervolgens van hun werkplaats (lees: de randen van een berg/vulkaan; hier liggen nog enkele tientallen en staan er tientallen op de helling) naar hun plaats kwamen, wat de mensen bezield heeft om ze te maken, wanneer ze precies gemaakt zijn, hoe de mensen hier zijn gekomen etc etc. Inmiddels kan ik uit mijn eigen fantasie en die van Bram wel weer bijdragen aan de hoeveelheid theorieen hierover; bijvoorbeeld waar de oorspronkelijke bewoners vandaan kwamen. De ene theorie zegt: Polynesie (wat volgens mij ook verklaart waarom de huidige bewoners er Polyneisch uitzien en waarom we bijvoorbeeld als hartelijk ontvangst op het vliegveld een bloemnkrans kregen, en niet alleen de toeristen, ook de bewoners zelf die terugkeerden van het land); de ander zegt: Peru/Zuid-Amerika (wat op zich ook wel logisch is als je met een kano vanuit Peru zou varen en wat ook het gemetsel van de muren waarop de beelden staan verklaart). Maar ik denk: Ierland, want de Maois (de standbeelden) beelden namelijk roodharige bebaarde mannen uit:) En zo zijn er meer dingen: hoe werden de beelden vervoerd? Vooruitstrompelen? Trekken en slepend? Sledend op takken? Ik denk: ze kwamen uit de zee gewandeld en waren op weg om een berg te worden, waarom staan ze anders met hun rug naar de zee? :) Geintjes natuurlijk, maar het is absoluut fascinerend en mysterieus te noemen dit totaal afgelegen eiland. Wie verzint er nu zoiets? Ik kom met meer vragen dan antwoorden terug! Het eiland is hedendaags gewoon toeristisch te noemen: elke dag komt er een vliegtuig met 300 toeristen aan en de bevolking leeft ervan. Het is de keerzijde van de medaille. Alles in het teken van het toerisme. En zo zaten we drie dagen lang met dezelfde mensen in onze excursiebus en zo zagen we dezelfde mensen weer die tegelijk met ons waren aangekomen weer terug toen we vertrokken.So be it!

Op Paaseiland was het tropisch, dus ook af en toe een bui, maar voor de rest was een korte broek en een t-shirt voldoende. En natuurlijk gezwommen in de Stille Oceaan! (Nu moet ik daar echt niet aan denken, terwijl ik mijn voeten warm bij de houtkachel!) In Santiago was het 25 a 30 graden, echt zomers. Santiago is trouwens wel een relaxte stad, wat hoogbouw, maar niet te veel, wat oude gebouwen. Erg leuk dat ik met de ontstaansgeschiedenis van de stad heb gelezen in het nieuwste boek van Isabel Allende, Inez, vrouw van mijn hart. Mooi boek en natuurlijk leuk om dat hier te lezen.

Nadat we in Patagonie hebben gewandeld, de guinacos (de lama die op 2500 meter leeft), condors, ganzen en pelikanen hebben gezien, net als bergmeren, besneeuwde toppen, ruige rotsen, zijn we terecht gekomen in het midden van Chili. Hier schijnt de zon, is het circa 20 a 25 graden en is het groen. En als het groen is betekent dat dat de grond vruchtbaar is en dat er mensen wonen. Lange tijd waren dat Mapuche indianen, toen kwamen er Spanjaarden (die toch een paar honderd jaar strijd hebben geleverd om dit gebied, omdat zij vonden dat ze in naam van koning, god en wie weet wie nog allemaal meer, bedacht hadden er recht op te hebben) en vervolgens Duitse immigranten. Allemaal hebben ze een stempel op dit gebied gezet, zo kun je Mapuche sierden bewonderen, deutsche Kuchen kopen en is de voertaal natuurlijk Spaans. In verhouding met andere gebieden van Chili zou ik dit gedeelte druk noemen: je kunt niet zomaar 200 kilometer rijden zonder het gevoel te hebben niemand tegen te komen.... Er is altijd wel een dorp of een stad in de buurt. Plus de enorme hoeveelheid aan reclameborden. Anderzijds, al het groen enzo is wel aangenaam. En vers fruit hebben ze hier ook heel veel: perziken, pruimen, frambozen, bramen etc. In Puerto Varas hebben we, afgezien van heerlijk gegeten, de vulkaan Osorno beklommen. Nouja, met de auto omhoog en daarna nog een uur over de lava naar boven gelopen. Zwaar! Niet dat je dan op de top bent, daarvoor moet je een gids bij je hebben en beschikken over stijgijzers. Uitzicht heb je wel. Aan de voet van de vulkaan ligt een groot meer, en zo heb je een prachtig plaatje; denk daarbij nog even een volle maan. Alsof je een ansichtkaart bekijkt. In Valdivia hebben we ons laten verrassen door de opmerkelijke combinatie van roeiers en zeeleeuwen. Die laatsten zwemmen in de rivier en hebben hun eigen vlot vlak voor de kade. Van een afstand denk je: goh wat leuk voor de bezoekers van deze stad. Dichterbij begrijp je waarom die beesten hier zijn en niet een paar kilometer verderop aan de kust: er is namelijk een dagelijkse vismarkt op de kade. Dus lui als ze zijn, zwemmen ze daar. En die roeiers? Tja, er zijn drie (?) roeiverenigingen aan de rivier in deze stad, dus dat ze hier dan roeien is dan wel weer logisch. Beetje oppassen voor die logge beesten en de rondvaartboten naar de moerassen. Komende week lekker rustig aan doen en vooral genieten van het feit dat we hier op vakantie zijn.

Meer Valdivia
Page last modified on 04-03-2007 om 22:22